Lesprogramma

Op deze pagina vindt u informatie over de manier waarop in de onderbouw de kleuters les krijgen. En hoe de middenbouw start met groep 3 waarin langzaam de lesmethoden per vak hun intrede doen en hoe verder de midden- en bovenbouw werken. Ook geven we u een kort overzicht van alle schoolvakken. Helemaal onderaan deze pagina kunt u de doelen voor rekenen vinden, uitgewerkt in vier perioden per jaargroep.

De methoden die wij gebruiken voldoen allemaal aan de kerndoelen van het primair onderwijs. Ze worden integraal gehanteerd door alle groepsleerkrachten. Het leerstofaanbod vertoont een doorgaande lijn door alle leerjaren heen en bereidt de leerlingen voor op het vervolgonderwijs. De leerkrachten maken in toenemende mate ook gebruik van de mogelijkheden van ICT (o.a. digiborden) om de lessen te verzorgen en verrijken. Meer hierover leest u bij de verschillende schoolvakken.

Onderbouw (groepen 1-2)

Kleuters leren tijdens hun spel door ervaringen op te doen. De school speelt daarop in door te zorgen voor een stimulerende omgeving waarin van alles te ontdekken valt. Spelend leren neemt een belangrijke plaats in bij onder andere het volgende in de onderbouw:

  • gesprekken in de grote en kleine kring, waarin de ontwikkeling van spraak en taal (begrippen en woordenschat) en rekenbegrippen worden ontwikkeld
  • activiteiten die de sociaal emotionele ontwikkeling stimuleren
  • thema-lessen: werken aan de hand van thema’s (bijvoorbeeld seizoenen, feesten of beroepen)
  • werken in de verschillende groepen en hoeken (huis-/poppenhoek, bouwhoek, zandhoek, enzovoort)
  • creatieve activiteiten als muziek, drama, handvaardigheid en tekenen
  • bewegingsonderwijs
  • werken met ontwikkelingsmateriaal uit de kieskasten
  • aandacht voor Engels d.m.v. spelletjes en liedjes
  • buiten spelen.

Het werk van de groep 2 leerlingen is al wat meer gericht op de vakken die in groep 3 aan de orde komen. Ze zijn onder andere bezig met voorbereidend schrijven, tellen en hoeveelheden. Ook leren de kinderen verschillende klanken te onderscheiden (rijmen, wat is de eerstelaatste letter die je hoort) en oefenen ze begrippen die belangrijk zijn voor het leren lezen (links en rechts) en voor rekenen (erbij, eraf, meer, minder, enzovoort). De door de overheid vastgestelde tussendoelen zijn hierbij de richtlijn.

Weektaak

De groep 2 leerlingen werken vanaf het moment dat ze daar aan toe zijn met een weektaak. Hierin staan vier activiteiten, door de leerkracht gekozen, die ze in die week af moeten krijgen. Het aftekenen gebeurt door middel van een dagkleur. Zo leren ze zelfstandig werken te organiseren.

VVE light
Sinds schooljaar 2013 doet de Burght mee aan het VVE-light (Vroeg Voorschoolse Educatie). Dit programma is voornamelijk gericht woordenschatontwikkeling bij taalzwakke kleuters. 
Vanuit de voorschool (Peuterspeelzaal Herenmarkt) hebben kinderen met een VVE-indicatie voorrang op de Burght.


Middenbouw (groepen 3-5) en bovenbouw (groepen 6-8)

De start van de middenbouw is in groep 3 waarin het onderwijs geleidelijk aan de ordening van meer aparte leer- en vormingsgebieden krijgt. De eerste maanden ligt de nadruk op het lees-taalgebied. Spelenderwijs komen de kinderen tot lezen en schrijven. Dit aan de hand van prentenboeken, spelletjes en werkboeken.

De leesmethode 'Veilig Leren Lezen' maakt het mogelijk dat kinderen in hun eigen tempo leren lezen. Sommige kinderen kunnen al lezen als ze in groep 3 komen, terwijl anderen hiermee nog moeten beginnen. Om dit verschil op te vangen werkt de methode met de maan en de zon boekjes.

Op dezelfde wijze wordt rekenenonderwijs aangeboden aan groep 3. Hierbij gaat het om realistische situaties, zoals bijvoorbeeld het aantal buspassagiers dat in- en uitstapt. Dit kan het optellen en aftrekken verduidelijken. Daarnaast is er tijd voor wereldoriëntatie, verkeer, Engels, muziek, creatieve vorming en gymnastiek.

Huiswerk

Het geven van huiswerk wordt zo veel mogelijk beperkt. Een kind moet zich na een hele schooldag kunnen ontspannen, spelen en sporten. Maar in sommige gevallen ontkomen we er echter niet aan. In de hogere klassen krijgen de kinderen soms huiswerk mee. Bijvoorbeeld voor geschiedenis, aardrijkskunde of Engels wordt van te voren aangegeven welke stof zal worden getoetst om kinderen de gelegenheid te geven zich thuis voor te bereiden. Hierover zijn in de bovenbouw afspraken gemaakt voor alle groepen.
Sommige kinderen hebben ook extra oefening nodig en dan wordt huiswerk meegegeven, of als een kind lang afwezig is geweest en de taken niet af heeft. Dit gebeurt in overleg met de ouders/verzorgers. Veel kinderen vinden het ook gewooon prettig om thuis nog eens te oefenen met bijvoorbeeld klokkijken, tafelsommen, dicteewoordjes of topografie.

Door het doen van huiswerk wennen ze ook enigszins aan de werkwijze in het vervolgonderwijs.

Een deel van de lesstof vindt u - achter het wachtwoord - op de pagina lesmateriaal.

Boekbesprekingen, Nieuwskring, Werkstukken en Spreekbeurten

Naast eventueel huiswerk met betrekking tot de lesstof, vragen wij de kinderen van de groepen 5 t/m 8 ieder leerjaar een boekbespreking te houden of een nieuwsbericht te bespreken tijdens de nieuwskring, een werkstuk te maken en daarover een spreekbeurt te geven voor de klas.  Dit ook in het kader van voorbereiding op het voortgezet onderwijs. Hierbij worden de leerlingen gestimuleerd om zelf informatie te zoeken, beoordelen en te verwerken met gebruik making van diverse bronnen zoals bijvoorbeeld informatieve boeken, websites of een interview met iemand. Daarbij leren zij ook bij het verwerken van de informatie hoe deze te structuren, te schrijven en presenteren met gebruikmaking van de computer en/of digitale media. In aansluiting hierop kunt u meer lezen bij het vak ICT op deze pagina.
Ook in de groepen 3-4 worden soms kleine spreekbeurten of boekbesprekingen gehouden door de kinderen.

Schoolvakken

Om een indruk te geven van de inhoud van de verschillende vakken, geven we u een korte toelichting op: Taal & Lezen, Schrijven, Engels, Rekenen & Wiskunde, Zaakvakken (Geschiedenis, Biologie, Aardrijkskunde), Cultuur, Techniek & Wetenschap, Beweging en ICT-onderwijs.

Taal & Lezen

Taalonderwijs is van belang omdat de rol bij het verwerven van inhoud en taalvaardigheid in alle leergebieden en de overdracht daartussen evident is. Daarnaast heeft taal natuurlijk een sociale functie. Kinderen dienen hun taalvaardigheden te ontwikkelen, omdat ze die nu en in de maatschappij hard nodig hebben. Dat betekent dat het onderwijs waar mogelijk uitgaat van communicatieve situaties: levensechte en boeiende leesteksten, gesprekken over onderwerpen die kinderen bezig houden, enzovoort. Het is de bedoeling dat de kinderen door beheersing van de taal in en buiten school steeds competentere taalgebruikers worden.

Schriftelijke taalvaardigheid neemt een belangrijke plaats in. Geletterdheid veronderstelt meer dan alleen de techniek van lezen en schrijven. De ontwikkeling van de schriftelijke taalvaardigheid is van belang, maar de mondelinge taalvaardigheid verdient blijvende aandacht. Uitbreiding van de woordenschat, aandacht voor taal en denken, toepassen van luisterstrategieën, voorlezen en vertellen zijn en blijven voorwaardelijk.
Naast aandacht voor taal als systeem, is er ook reflectie op taalgebruik. Taalbeschouwing dient geen op zichzelf staand onderdeel te vormen, maar geïntegreerd te worden met onderdelen uit de overige leerdomeinen. Voor alle leerlingen gelden dezelfde doelen en het zelfde aanbod.

Wij maken gebruik van de volgende methoden voor ons taal en lezen onderwijs:

  • Veilig Leren Lezen (groep 3)
  • De Leeslijn (groepen 4 t/m 7) - zie ook http://www.leeslijn.nl
  • Taal in beeld: stellen, woordenschat, spreken en luisteren, woord- en zinsbouw (groepen 4 t/m 8) - zie ook website - achter wachtwoord zijn spellingskaarten te downloaden.
  • Spelling in beeld (groepen 4 t/m 8) - zie website bij Taal in beeld
  • Nieuwsbegrip: begrijpend lezen (groepen 4 t/m 8) - zie ook website. Wekelijks verschijnt op internet een tekst met opdrachten over een actueel onderwerp dat grote belangstelling heeft. Het doel is om het leesbegrip van kinderen op een leuke en aansprekende manier te vergoten. 

Voor de methoden met betrekking tot taal en spelling wordt er ook gebruik gemaakt van de educatieve software, naast de reguliere (werk)boeken, bij het leren en maken van opdrachten,

Tutorlezen / Leesmaatjes
Leerlingen van de hogere groepen lezen met kinderen uit de middenbouw. Samen werken en leren is een belangrijk onderdeel van het onderwijsleerproces. Hiervan is tutorlezen of leesmaatjes een goed voorbeeld. Wij hanteren de volgende uitgangspunten:

  • Als tutor wordt niet alleen de goede leerling aangewezen, maar juist ook de middelmatige of zwakke leerling, zodat zij tevens extra oefenen met de basisstof.
  • De begeleiding richt zich zowel op de leerling die begeleiding krijgt, als op de tutor die begeleiding geeft. Zowel de leerlingen als de tutoren kunnen zich in positieve zin, sociaal en cognitief, ontwikkelen.
  • De tijdsduur kan in principe variëren van een kortdurend programma van drie à zes weken tot een langlopend programma van enkele maanden tot een jaar.

Boeken uit de schoolbibliotheek
Kinderen kunnen hun leesboeken lenen uit onze eigen bibliotheek. Daar vinden ze uiteraard ook informatieve boeken en CD's die tevens veelvuldig worden gebruikt bij de thema- en andere lessen in de klassen. Bijna iedere groep bezoekt de bieb eens in de twee weken. De biebboeken worden door de kinderen bijna dagelijks gebruikt tijdens de stilleesmomenten. Kinderen die thuis niet zoveel boeken ter beschikking hebben, kunnen toch hier kiezen wat zij willen lezen. Door het leesplezier, samen en alleen, wordt natuurlijk ook het leesniveau van een kind vergroot. 

Openingstijden zijn hier te vinden.

Schrijven

Kinderen leren op onze school schrijven met de methoden Pennenstreken en Schrift. We starten in groep 1-2 met voorbereidend schrijven in de vorm van schrijfoefeningen. De kinderen oefenen in een oefenschrift verschillende motorische vaardigheden. Als uw kind in de kleutergroep al letters wil gaan schrijven, leert u dan hem/haar de kapitalen (hoofdletters) aan.

In groep 3 leren de kinderen meteen de schrijfletters (methode Pennenstreken, behorende bij Veilig Leren Lezen). Als alle letters behandeld zijn, starten ze met het aan elkaar schrijven. Er wordt telkens een duidelijk onderscheid gemaakt tussen drukletters en schrijfletters.

In groep 4 leren de kinderen de hoofdletters en besteden we regelmatig aandacht aan vloeiend en soepel schrijven.

Vervolgens worden in groep 5 de letters, hoofdletters en verbindingen herhaald en in groep 6, 7 en 8 besteden we vooral aandacht aan de goede leesbaarheid van het schrift en proberen we daarbij het tempo op te voeren. Ook is er aandacht voor het sierschrift en het schrijven van drukletters.

Vanaf groep 6 maken de leerlingen kennis met tekstverwerken, zie ook het vak ICT verderop.

Engels

Voor de groepen 1 t/m 4 werken wij met de methode 'My name is Tom'. Hier maken de leerlingen op een speelse manier kennis met het Engels. Dit gebeurt door middel van onder andere kringgesprekken, computeropdrachten en sommige woorden worden geleerd via liedjes. Beluister ze hier.

De methode 'The Team' wordt gebruikt in de groepen 5 t/m 8. Hierbij wordt het accent gelegd op luisteren, spreken en het opbouwen van woordenschat. De leerlingen horen de teksten uit de mond van native speakers: Engels zoals het hóórt te klinken. Lezen en schrijven komen natuurlijk ook aan bod. De kinderen lezen mee met de dialogen die ze horen en in de opdrachten vullen ze woorden in, maken ze zinnen compleet en lossen ze puzzels op.

De thema’s gaan over het dagelijks leven van een groep kinderen en hun belevenissen. Een les duurt ongeveer 30 tot 45 minuten en wordt na een aantal weken afgesloten met een toets. Voor native speakers en andere leerlingen die het Engels goed beheersen gebruiken wij daarnaast de methoden 'Wings' in de groepen 5 en 6, 'Infoquest' in groep 7 en 'Trailblazers' in groep 8.

Rekenen & Wiskunde

De nadruk bij het moderne, realistische rekenen, ligt op het oplossen van praktische problemen uit het dagelijks leven. Strategieën bedenken en het redeneren zijn belangrijker in plaats van het aanleren van trucs. In het huidige rekenonderwijs gaat het om overleggen (interactie), vergelijken, leren schatten, weten wat slimmer is en de getallenlijn.

Wij gebruiken de methode 'Wereld in Getallen 4' (website). Deze methode gaat uit van 3 niveaus. De kinderen krijgen een klassikale instructie (blauwe kant van het leerboek), waarna zij op eigen niveau de stof verwerken (rode kant van het leerboek). De kinderen die op het basisniveau meedoen werken de 2 sterren opdrachten af en oefenen en verdiepen zo de oefenstof. De kinderen die wat verder zijn krijgen verrijkingsstof aangeboden bij de 3 sterren opdrachten en het pluswerkboek. De kinderen die het rekenen nog wat moeilijk vinden herhalen de oefenstof met de 1 ster opdrachten. Zij krijgen van de leerkracht ook extra instructie aan de hand van het bijwerkboek, terwijl de andere kinderen zelfstandig aan het werk zijn.

Oriëntatie op jezelf en de wereld

Dit vak- en vormingsgebied houdt in het aanleren van een onderzoekende houding en het vergroten van kennis en inzicht in de wereld om ons heen. In de groepen 1 t/m 4 wordt dit vakgebied als een geheel gegeven aan de hand van bijvoorbeeld een thema zoals een seizoen, feest, beroep of ander onderwerp. Vanaf groep 5 wordt het gesplitst in de vakken aardrijkskunde en topografie, geschiedenis, natuur & techniek, seksuele vorming, Burgerschapsvorming en verkeer. Voor Burgerschapsvorming hanteert de school ook speciale projecten, bijvoorbeeld het jaarlijks terugkerende project ‘Herdenken en Vieren’ in de groepen 8.

Aardrijkskunde

In de groepen 5 t/m 8 wordt gewerkt met de methode 'Meander'. Topografie is een onderdeel van de methode waarbij de leerjaren 6 t/m 8 ongeveer 100 plaatsnamen leren. Ook kaartvaardigheden spelen een belangrijke rol. In groep 5 leren kinderen kaarten lezen en interpreteren.
Aardrijkskundige thema’s worden aangeboden in de verschillende leerjaren, met de volgende verdeling: Nederland (groep 6), Europa (groep 7) en de wereld, de wereldbevolking, zon en aarde in het laatste leerjaar. 

Meer informatie over de methode Meander kunt u vinden op hun Website.
Achter wachtwoord is lesstof van Meander te downloaden.

Geschiedenis

De methode 'Brandaan' wordt voor de lessen geschiedenis gebruikt vanaf groep 5. In het eerste lesjaar hiervan wordt gewerkt aan de hand van thema’s. Uitgangspunt is het kind zelf en zijn of haar eigen geschiedenis.

In groep 6 wordt de leerstof chronologisch (Prehistorie t/m de Middeleeuwen) aangeboden. De leerstof van groep 7 bestrijkt de periode 1500-1800 en die van groep 8 de periode 1800-heden. 
Het geschiedenisonderwijs wordt aangevuld met de mogelijkheden van de website Entoen.nu , de canon van Nederland, en de beeldbank van het stadsarchief Amsterdam.

Over de methode Brandaan kunt u meer vinden op hun Website .
Achter het wachtwoord is lesstof van Brandaan te downloaden.

Natuur & Techniek

Voor dit vak maken wij gebruik van de methode 'NatuNiek' en daarnaast de NME-lessen (van het Natuur & Milieu Educatie centrum), Artis-lessen, schooltelevisie-lessen en het aanbod van de schooltuinen. Waar mogelijk maken we gebruik van educatieve software en internet sites. Daarnaast hebben we ter verdieping en aanvulling op deze methode de zogeheten techniek en wetenschapsprojectdagen en -lessen in het kader van ons Leonardo da Vinci-programma waarover meer informatie hierna is te vinden op deze pagina onder Cultuur & Techniek & Wetenschap.

Meer over de NatuNiek methode kun u lezen op hun Website. Achter wachtwoord is lesstof van Natuniek te downloaden.

Relationele & seksuele vorming

Jaarlijks worden er in alle groepen 5 lessen gegeven uit de lessenserie 'Relaties en Seksualiteit'. Deze lessen zijn bedoelt om de kinderen te ondersteunen bij hun relationele en seksuele ontwikkeling op een manier die natuurlijk past bij de leeftijd van de kinderen. De lessen gaan over lichamelijke ontwikkeling en zelfbeeld, voortplanting en gezinsvorming en sociale en emotionele ontwikkeling.
In de groepen 1, 2 en 3 gaat het bijvoorbeeld over geboren worden en het verschil tiussen jongens en meisjes. Maar ook over knuffelen met elkaar.
Vervolgens worden in de groepen 4, 5 en 6 deze thema's verder uitgebreid: Hoe komt zo'n baby in een buik terecht en wat gebeurt er precies als je geboren wordt? Ook gaat het daar over gevoelens en iemand lief vinden.
Voor de groepen 7 en 8 gaat de methode nog een stapje verder en komt de seksuele voorlichting aan bod.

Cultuur, Techniek & Wetenschap 

Het cultuur-, techniek- en wetenschapsonderwijs (CT&W) is op unieke wijze ingevuld en bekend onder de naam Leonardo da Vinci-programma, met diverse onderdelen en ieder deel bestaat uit één of meerdere vakken. Zo ontvangen de kinderen lessen muziek, expressie (drama, toneel, dans), cultureel erfgoed (musea, bouwkunst, enz.), taal & literatuur, beeldende vorming (BEVO: tekenen, schilderen, textiele werkvormen, boetseren e.d.), techniek & wetenschap. Hiervoor worden bij de uitvoering onder andere ICT en media (fotografie, film, e.d.) middelen ingezet. Voor meer informatie over de achtergrond,  alle lessen van dit programma per groep en de financiering, kunt u naar de pagina Leonardo da Vinci-programma gaan. 

  • Cultuur
    Je leren uiten is net zo belangrijk als taal en rekenen. Het is een essentieel onderdeel van de vorming. De reguliere vakgebieden kunstzinnige oriëntatie (leergebieden: handenarbeid, textiele werkvormen, tekenen, culturele vorming en kunst- en beeldbeschouwing) en muziek zijn op onze school verder verrijkt, verdiept en verankert met de lessen die onder cultuur vallen uit ons Leonardo-lesprogramma.
    • Voor kunstzinnige oriëntatie wil dat zeggen dat leerlingen jaarlijks beeldende vormingslessen met een doorlopende leerlijn ontvangen van verschillende vakdocenten. Kinderen geven in beelden vorm aan ervaringen, ideeën en opvattingen. Ze leren daarbij gebruik te maken van de meest geschikte materialen en technieken. Het eindproduct is minder belangrijk dan het proces.
      Ook vinden wij het belangrijk dat de kinderen creatieve uitingen van anderen leren begrijpen en respecteren. Dit houdt in dat kinderen kijken naar, praten over en leren van elkaars werkstukken en van de beelden die kunstenaars hebben gemaakt. Kunstuitingen uit andere culturen dan de westerse zijn hierbij tevens van belang.
    • Samen muziek maken is niet alleen heel leuk en ontspannend, maar draagt ook bij aan de ontwikkeling van kinderen: Leren luisteren, leggen van verbindingen, verhogen van concentratievermogen, samen werken, enzovoort. Er wordt gezongen in de klas en de groepen 1 t/m 8 hebben gedurende het schooljaar muziekles van vakdocenten. Deze lessen kennen ook een doorlopende leerlijn en in het laatste jaar profiteren de achtste groepers bij het maken van hun afscheidsvoorstelling van al hetgeen zij hebben geleerd in alle jaren.
      Er komen verschillende aspecten van muziek aan de orde : luisteren naar en spreken over muziek. zingen, bewegen op muziek, musiceren met aandacht voor ritme en notatievormen.
       
  • Techniek & Wetenschap
    Onderwijs op het gebied van techniek en wetenschap leert kinderen vooral ontwerpen, onderzoeken en ontdekken. We hebben in dit kader in het Leonardo-programma twee soorten lessen die beiden aansluiten bij respectievelijk de natuur & techniekmethode Natuniek voor de groepen 5 t/m 8 en de lesthema's in de groepen 1 t/m 4. :
  1. Techniek & Wetenschapsprojectdagen en -lessen: de projectdagen worden 3 keer per jaar gehouden voor de groepen 1 t/m 8 met begeleiding van vakdocenten. Voor de groepen 1 t/m 4 sluiten ze aan bij hun lesthema's en voor de groepen 5 t/m 8 bij de natuur- en techniekmethode Natuniek (zie ook hier boven).  En uiteraard zijn ze afgestemd op de technieklessen zoals hierna beschreven. Tijdens deze dagen staat alles in het teken van techniek en wetenschap: met spannende wetenschapsvragen, borrelende vloeistoffen en technische hoogstandjes. Elke klas is ingericht als een laboratorium.  
    Daarnaast is er aanvullend, op maat gemaakt, lesmateriaal dat wordt ingezet bij de lesmethode Natuniek en de thema-lessen in de eerste vier leerjaren. Hierbij gaat het om opdrachtkaarten met wetenschapsvragen per onderdeel voor alle groepen, inclusief handleidingen. Deze dragen bij aan een verdieping en verankering van de lesstof. Het is namelijk van belang dat kinderen ook de (technisch) wetenschappelijke vragen leren kennen en stellen bij hetgeen zij (al doende) leren.
  2. Technieklessen: In het speciaal daarvoor ingerichte technieklokaal geven vakdocenten les waarbij zij altijd uitleg geven over de technische principes die er aan elk werkstuk ten grondslag liggen. De kinderen maken werkstukken van diverse materialen die je iets kunt laten doen: lichtgeven, draaien, geluid maken, of over de kamervloer schuifelen. Dit zijn technische snufjes als een zenuwspiraal of een deurmatalarm. Of een werkstuk dat echt werkt op zonne-energie. Ze maken alles helemaal zelf. Dat betekent dat ze soms aan het zagen en schuren zijn, of priegelen met zwakstroomdraadjes en zonnecellen.

    Wij hopen hiermee een manier van denken en werken te bereiken die kinderen:

  • ondersteunt bij de ontwikkeling van begrippen (biologie, natuurkunde, techniek en wetenschap)
  • leert argumenteren en kritisch denken
  • leert gestructureerd om te gaan met onbekende verschijnselen of situaties
  • leert presenteren
  • leert samen te werken
  • en die recht doet aan meervoudige intelligentie en zo talenten ontwikkelt.

Bewegingsonderwijs / Gymnastiek

De kleuters krijgen bewegingsonderwijs van de eigen leerkracht in de kleutergymzaal en een keer per week in de grote gymzaal. Iedere week komen er bij deze gymlessen thema's aan bod zoals springen (diep, ver en hoog), balanceren, tikspelen, balvaardigheidsspelletjes, rollen en duikelen, etcetera. Doordat de les op verschillende niveaus wordt uitgezet, kunnen kinderen zelf hun eigen niveau bepalen: De ene kleuter durft en kan al van een hele hoge kast afspringen, de ander is hier nog niet aan toe of niet in staat. De leerkracht stimuleert natuurlijk de kinderen tijdens de les om steeds een stapje verder te gaan.

De overige groepen 3 t/m 8 krijgen twee keer per week les van een vakleerkracht bewegingsonderwijs. Zie voor de dagen waarop de groepen les hebben de gymnastiektijden op deze pagina.

Alle kinderen dragen een gymbroekje en een T-shirt of gympakje en gymschoenen (omwille van de veiligheid, mag er niet op blote voeten worden gegymd). Leerlingen nemen hun gymkleding mee naar school en mee naar huis op de dag dat zij gymnastiek hebben.

Het bewegingsonderwijs kent vier verschillende onderdelen waarop de leerlingen worden beoordeeld: spel, turnen, conditie en gedrag. Deze onderdelen en de niveaus die worden gehanteerd zijn gebaseerd op het Basisdocument Bewegingsonderwijs.

Massage

Sinds 2005 wordt massageles gegeven in de kleutergroepen en in enkele hogere klassen volgens de methode 'Tactyle rygmassage', oftewel rugmassage, van de Deen Jorn Jorgenson. Wij hebben deze lessen geintroduceerd als middel om pestgedrag te voorkomen, dan wel te verminderen. De stelling is namelijk: "een niemand wordt iemand als je hem aanraakt".
De kinderen werken in paren van twee die de leerkracht samenstelt. De gemasseerde leerling zit met een omgedraaide stoel aan tafel, de armen op tafel en laat het hoofd op de armen rusten. De leerkracht vertelt zijn/haar verhaal en doet de massagebewegingen voor in de lucht, terwijl licht is gedempt en zachte muziek aanstaat. Na de massage bedanken de leerlingen elkaar. Door aanraking van de huid komen stoffen vrij die, vertaalt naar de kinderwereld, zorgen voor het ontstaan van een positieve relatie. Regelmatige massage zal een klas eensgezinder maken en de sociale interactie verbeteren. 

Verkeer

Voor het verkeersonderwijs maken wij in de groepen 1 t/m 4 gebruik van de verkeersmethode 'Wijzer door het verkeer'. De groepen 5 t/m 8 krijgen les aan de hand van de methode 'Tussen school en thuis', waarbij vooral de verkeerssituaties rondom de school centraal staan.
U kunt hier meer over lezen op de website van Tussen school en thuis. U kunt hier thuis ook op inloggen: gebruikersnaam is tst, wachtwoord fiets.

In groep 7 nemen de kinderen deel aan een schriftelijk verkeersexamen (theorie). Als zij daarvoor slagen ontvangen zij het verkeersdiploma. In de groepen 8 doen zij het fietsexamen (praktijk) en krijgen van VVN een les over de dode hoek..

Omdat onze school:

  • in alle groepen verkeerseducatie aan biedt middels een methode;
  • in de groepen 5 t/m 8 werken met 'Tussen school en thuis';
  • mee doet aan het theoretisch en het praktisch verkeersexamen;
  • twee actieve verkeersouders heeft

mogen wij ons sinds juni 2016 een verkeersactieve school noemen!

Informatie & Communicatie Technologie  

Het is van belang dat kinderen op jonge leeftijd vertrouwd zijn en raken met (nieuwe) technologieën. Dit wordt mogelijk door ze vroeg in aanraking te brengen met ICT onderwijs en ICT als ondersteunend middel in de klas. ICT moet een geïntegreerd onderdeel van het onderwijs zijn en het onderwijs verrijken (en verdiepen), verbeteren en aantrekkelijker en uitdagender maken voor de leerlingen. Daarvoor is het nodig leerlingen vaardigheden te leren die nodig zijn om goed te kunnen werken met computers en andere media om deze te kunnen gebruiken als bron van informatie en communicatie. ICT zorgt ook voor verbetering van het leerproces en meer variatie in leerwegen: biedt mogelijkheden om leerlingen in eigen tempo, zelfstandig en op eigen niveau te laten werken. Het is een goed differentiatiemiddel op gebied van tempo, leerstof en leerstijl. Passend onderwijs wordt hiermee in belangrijke mate gestimuleerd. 

De Burghtschool heeft een doorlopende  ICT leerlijn (groepen 5 t/m 8) , inclusief lessen mediawijsheid. Zodat leerlingen efficiënt en effectief gebruik kunnen maken van ICT in het onderwijsaanbod en de kerndoelen (leergebiedoverstijgend) worden behaald. De kinderen dus vaardig worden met betrekking tot:

  • Informatie verzamelen, interpreteren en verwerken  
  • Gebruik van digitale media
  • Gebruik van online / elektronische methoden, leermiddelen en toepassingen als Windows, Paint, Word, Internet Explorer, PowerPoint, Excel, enzovoort.