Werkwijze

De wijze waarop wij als school werken kenmerkt zich door verantwoordelijkheid, zelfwerkzaamheid, differentatie, samenwerking en vrijheid in gebondenheid.
Het geldt voor onze leerlingen, voor het team, ouders, studenten en andere betrokkenen bij De Burght.

Dit betekent onder andere dat wij:

  • het beste willen halen uit een ieder;
  • samen werken en elkaar scherp houden;
  • gedeelde verantwoordelijkheid hebben door een goede onderlinge taakverdeling;
  • elkaar aanspreken op onze verantwoordelijkheid;
  • zelfstandig functioneren van belang vinden;
  • tegemoet komen aan verschillen; 
  • een fijne en veilige sfeer voor leer- en leefklimaat erg belangrijk vinden;
  • binnen bepaalde grenzen elkaar vrijheid van handelen geven.

Onze belangrijkste taak is dat wij de kinderen een stevige basis meegeven voor hun verdere leven. Daarbij realiseren wij de kerndoelen van het basisonderwijs die door de overheid zijn geformuleerd. Wij houden hierbij rekening met verschillen tussen leerlingen in leerstijl, leertempo, creativiteit en motivatie. En werken daarom bijvoorbeeld met een eigen leerlijn voor enkele zwakkere leerlingen of met verrijkingsprogramma's voor meer- of hoogbegaafde leerlingen. Voor kinderen die meer ondersteuning nodig hebben en waarvoor een aangepast programma is samengesteld, gelden andere individuele einddoelen. Meer hierover kunt u lezen op de pagina over begeleiding en zorg.

We willen uit ieder kind het beste halen wat er in zit. Dit doen we door gebruik te maken van bewezen effectieve werkvormen, doelmatig klassenmanagement, goede methodes, heldere (tussen)doelen, diverse toetsen, goede ondersteuning en begeleiding. Wij vinden het belangrijk dat de kinderen leren zelfstandig te werken, verantwoordelijk te zijn voor hun eigen leerproces en (leer)omgeving en leren samen te werken.  Dat verhoogt de betrokkenheid en dus hun prestaties. Ieder naar eigen inzicht en kunnen. 

School per bouw 

De groepen zijn verdeeld in drie 'bouwen': onderbouw (groepen 1-2), middenbouw (groepen 3-5) en bovenbouw (groepen 6-8). Wij kiezen bewust voor het werken met gecombineerde kleutergroepen. Oudere kinderen helpen de jongere kinderen. De leerkrachten kunnen dan de jongere kinderen assisteren en helpen. Daarnaast kunnen de jongere kinderen die zich sneller ontwikkelen profiteren van de opdrachten van de oudere leerlingen. De oudere kinderen die nog moeite hebben met bepaalde zaken profiteren van het aanbod van de jongere kinderen en andersom. Kortom, ze leren van elkaar.

Vanaf groep 3 werken we in principe met jaargroepen. In die groepen zitten kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd. Deze groepen worden vanuit de verschillende kleutergroepen samengesteld op basis van de volgende criteria:

  • aantal jongens en meisjes per groep
  • kinderen uit één gezin niet in dezelfde groep (tweelingen worden in overleg geplaatst)
  • cognitieve niveaus
  • sociaal emotionele aspecten.

Soms kan er om getalsmatige redenen besloten worden groepen samen te voegen, groepen te herschikken of  een combinatiegroep te vormen. De uiteindelijke besluitvorming hierover ligt bij de directie.

Welke leerkracht voor welke groep staat, wie voor de begeleiding en zorg verantwoordelijk zijn en wat de andere medewerkers doen, vindt u hier.

In de klas

Dagelijks wordt aan het begin van de ochtend met de kinderen besproken welke vakken er die dag aan de orde komen. In de lagere groepen gebeurt dit aan de hand van pictogrammen, in de hogere groepen hangen kaartjes met de verschillende vakken op het bord. Een les per vak verloopt aan de hand van verschillende opeenvolgende fasen: oriëntatie, instructie, verwerking en afsluiting.

De leerkrachten geven per vak een korte klassikale instructie. Tijdens de instructie fase wordt ook regelmatig gebruik gemaakt van Structureel Cooperatief Leren (SCL). Dit zijn verschillende werkvormen die niet aan een methode of niveau zijn gebonden. Het is samenwerkend leren en meer dan dat. De kinderen ontwikkelen sociale en communicatieve vaardigheden, leren individuele verantwoordelijkheid te dragen, het belang van positieve wederzijdse afhankelijkheid te ervaren, respect te hebben voor elkaar, enzovoort.

Samen werken
Vaak werken kinderen spontaan en informeel samen. Ze leren bijvoorbeeld elkaar veters strikken of hoeveel centimeter in een meter past. Medeleerlingen zijn een belangrijke schakel in het onderwijsleerproces. Zoals aangegeven, wordt ook op structurele en systematische wijze samenwerking bewerkstelligd.
Kinderen werken samen om tot een oplossing te komen. Zij oefenen bijvoorbeeld de tafels door bij de tafelsom die op een kaartje staat, het antwoord te zoeken. Dat antwoord staat op een kaartje dat een ander kind heeft. De leerlingen lopen hierbij door de klas en helpen elkaar met de som. Ze verbeteren elkaar, vullen elkaar aan, etcetera. Doordat kinderen bewegen tijdens het leren, blijft de leerstof beter hangen. 

Een ander voorbeeld van structurele samenwerking bij ons op school is het tutorlezen, oftewel leesmaatjes. Kinderen uit de hogere groepen lezen samen met kinderen uit de middenbouw (groepen 3-5). Meer hierover kunt u vinden bij lesprogramma: taal en lezen

Zelfstandig werken
Om de leertijd zo effectief mogelijk te besteden, gaan de kinderen na de instructie zelfstandig aan het werk. De leerkracht loopt dan een vaste ronde door het lokaal. Hij/zij signaleert tijdens deze ronde welke leerlingen extra hulp of uitdaging nodig hebben. Deze kinderen nodigt de leerkracht daarna uit om aan de instructietafel te komen werken. Zo is hij/zij in staat ook kleine groepjes extra te begeleiden.

Deze vorm van  klassenmanagement wordt dan ook vanaf de kleuterklas al met de kinderen geoefend. Daar komt de (knuffel) koe op de stoel van de leerkracht te zitten of de leerkracht draagt een speciale ketting wanneer hij/zij bezig is de ronde door de groep te lopen. De kinderen weten dan dat ze de leerkracht even niet mogen storen, eerst zelf een oplossing moeten bedenken en elkaar moeten helpen.

In de hogere groepen wordt er op dat moment een rode cirkel op het bord gehangen. De leerkracht mag dan even niet gestoord worden en kan zo de eerste ronde lopen langs alle kinderen en daarna met een kleine groep of een individueel kind aan de instructietafel werken. Wanneer de leerkracht klaar is gaat de cirkel op groen, mogen de kinderen zachtjes met elkaar overleggen en loopt de leerkracht weer een ronde door de groep. Zo kan hij/zij zien wie er nog hulp nodig heeft en later weer even aan de instructietafel mag komen.

De leerlingen leren op deze manier om te gaan met uitgestelde aandacht. Naast elkaar te leren helpen, leren zij samen te werken en zelf oplossingen te zoeken.

Taakgericht werken
Wekelijks hebben de kinderen vaak ook tijd voor opdrachten die zij zelf leren inplannen. We gebruiken hiervoor nu de weektaakmaker.nl. 

In deze weektaak krijgen kinderen opdrachten op maat (dus niet allemaal dezelfde weektaak). Een zwakke speller krijgt bijvoorbeeld extra oefeningen, terwijl een goede speller de opdracht krijgt met de woorden van de week een verhaal te schrijven. Aan het begin van de week denken kinderen na over wanneer ze iets gaan doen. Dat geven ze dan op hun weektaak aan, met de kleuren van de dag die ze al vanuit de kleutergroepen kennen. Als ze spelling op maandag gaan doen, kleuren ze dat rood. De rekenopdracht op vrijdag krijgt de kleur oranje, enzovoort. Daarbij moeten ze hun taak overzien, weten wat de bedoeling ervan is en waaraan het resultaat moet voldoen.
Zij moeten nadenken over de tijd die een opdracht gaat kosten en hoe ze het zo gaan plannen dat de taak binnen een week tijd af komt. Iedere week controleert de leerkracht of de weektaak goed is gemaakt of dat de leerling hulp nodig heeft bij het inplannen. Op deze manier wordt de zelfstandigheid bij de leerlingen verder vergroot.

Voor ieder leerjaar maken de leerkrachten ook een planning van de leerstof, zodat ze deze evenwichtig kunnen verdelen over het jaar. In deze planning komen alle verplichte vakken aan de orde. Hierbij is uiteraard rekening gehouden met de verplichte onderwijsleertijden per vak.

Om zicht te krijgen op de resultaten en vorderingen van de leerlingen, wordt het dagelijkse werk getoetst door middel van methodegebonden toetsen (ongeveer 1x per 5 weken). Daarnaast nemen de leerkrachten twee keer per jaar methode onafhankelijke toetsen af van bijvoorbeeld CITO. Deze toetsen maken onderdeel uit van ons leerlingvolgsysteem en zijn landelijk genormeerd. Een overzicht van de toetsmomenten op school vindt u bij toetsen en rapport.

Variatie van werkvormen - klassikaal, individueel, met je maatje, met een groepje, met de computer, met het digibord - komt ten goede aan de motivatie, werkhouding en plezier in het leren.

Handelingsgericht werken
Wij gaan steeds meer uit van de behoeften van kinderen bij het onderwijsaanbod. Onderwijs was jarenlang gericht op het oplossen van problemen die zich voordeden in de ontwikkeling van kinderen. Nu is de centrale vraag: Wat vraagt het kind aan ons? Welke benadering, aanpak, ondersteuning, instructie, etcetera heeft het nodig? Deze werkwijze wordt Handelingsgericht werken (HGW) genoemd, waarbij het onderwijsaanbod wordt afgestemd op de onderwijsbehoeften, mogelijkheden en talenten van ieder kind. Deze behoeften formuleren we door aan te geven wat een kind nodig heeft om een bepaald doel te kunnen bereiken en welke aanpak een positief effect heeft. Zo kunnen wij ook beter het passend onderwijs, onderwijs 'op maat', realiseren door toepassing van handelingsgericht werken.

Hierbij richten wij ons niet alleen op de kenmerken van het kind, maar ook op die van de onderwijsleer en de opvoedingssituatie. Daarbij is het essentieel dat afstemming plaatsvindt. Niet alleen op het kind, maar ook met de wensen, mogelijkheden en verwachtingen van school en ouders. De leerkracht heeft een centrale rol bij het zoeken naar deze afstemming, het inspelen op de (specifieke) onderwijsbehoeften van de kinderen in de groep. Leerkrachten reflecteren op hun eigen werkconcept en vergroten en verstevigen hun vaardigheden op het gebied van handelingsgericht werken. Hierin worden ze begeleid en ondersteund door de intern begeleiders. De directie reflecteert samen met de intern begeleiders op het schoolbeleid in relatie tot de richting waar we als school naar toe gaan. 

Informatie & Communicatie Technologie (ICT)

In toenemende mate maken wij gebruik van de mogelijkheden van ICT om de lessen te verzorgen en verrijken. De groepen 3 tot en met 8 beschikken over een digitaal bord. Alles draait op een uptodate computernetwerk dat wordt beheerd door QL-ict. Over het leren werken met toepassingen kunt u uitgebreidere informatie vinden bij schoolvakken onder lesprogramma.

De kinderen maken diverse taken en opdrachten aan de hand van educatieve computerprogramma's en -spelen. Bijvoorbeeld voor de lessen begrijpend lezen wordt er gebruik gemaakt van de interactieve webmethode ‘Nieuwsbegrip’. Het geschiedenisonderwijs wordt aangevuld met de mogelijkheden van de website entoennu en de beeldbank van het stadsarchief Amsterdam. 
Ook bij Taal, Spelling en Rekenen wordt er software bij de methode gebruikt. Meer hierover leest u op de pagina lesprogramma.
Thuis kunnen kinderen ook aan de slag met de surf & school tips in het leerlingengedeelte van de website.

Samenvattingen van de lessen zijn voor de leerlingen en u op te halen op de website. 
Daarvoor moet u wel inloggen. De inlogcode kunt u ontvangen van de leerkracht of via de administratie van de school. Dit is dezelfde inlogcode die nodig is om het nieuws en de foto’s van school te bekijken.