O.B.S. DE BURGHT
Herengracht 34
1015 BL Amsterdam
T 020 - 624 69 47
F 020 - 620 57 65
E burght@obsburght.nl
Aanmelden
Aanmelding, informatieochtend, inschrijving en toelating
Aanmelding, informatieochtend, inschrijving en toelating
Wij vinden het belangrijk dat u als ouder(s) goed weet voor welke school u kiest. Tweemaal per jaar organiseren wij daarom een informatieochtend. Dit is voor iedere nieuwe ouder de gelegenheid om vragen te stellen en de sfeer te proeven.
Wilt u uw kind inschrijven, dan kunt u een inschrijfformulier invullen bij de administratie van de school.
Vanaf het schooljaar 2011-2012 is het volgende toelatingsbeleid voor alle scholen van de Stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel (OOADA) van toepassing. Onze school maakt deel uit van dit schoolbestuur.
De kernpunten van dit toelatingsbeleid zijn:
- Voor kinderen vanaf 2 jaar kan door de ouders bij onze school een verzoek tot inschrijving worden gedaan. Dit kan overigens bij meerdere scholen van onze stichting
- Het schooljaar wordt voor een evenwichtige plaatsing van de kinderen in drie periodes verdeeld
- Ongeveer een half jaar voordat het kind 4 jaar wordt, stelt de schooldirectie vast voor hoeveel kinderen voor een bepaalde periode een verzoek tot inschrijving is gedaan. De binnengekomen verzoeken worden naast de voor die periode vastgestelde beschikbare plaatsen gelegd:
In de eerste schoolweek van december bepalen we de hoeveelheid verzoeken tot inschrijving van de kinderen die 4 jaar worden in de periode van 1 juni tot en met 30 september (uiterste inschrijfdatum 1 december).
In de eerste schoolweek van maart bepalen we de hoeveelheid verzoeken tot inschrijving van de kinderen die 4 jaar worden in de periode van 1 oktober tot en met 31 januari (uiterste inschrijfdatum 1 maart).
In de eerste schoolweek van september bepalen we de hoeveelheid verzoeken tot inschrijving van de kinderen die 4 jaar worden in de periode van 1 februari tot en met 31 mei (uiterste inschrijfdatum 1 september).
Ten behoeve van de plaatsing wordt, mits op tijd aangemeld (zie voor deadline hierboven), uitgegaan van de volgende voorrangsvolgorde. Kinderen die:
- broertje(s) of zusje(s) op de Burghtschool hebben;
- een ouder hebben die werkzaam is op de Burghtschool
- wonen binnen de voor de school vastgestelde schoolzone
- buurtbewoners
- wonen buiten de genoemde schoolzone, maar binnen het stadsdeel waarin de school staat;
- wonen buiten het stadsdeel waarin de school staat.
Met betrekking tot categorie 4. buurtbewoners: dit zijn zij die wonen binnen de voor de Burght vastgestelde schoolzone, begrensd door IJ, Westerdok, Korte Prinsengracht ( oostzijde), prinsengracht (oostzijde), Westermarkt, Raadhuisstraat, Singel, Rokin, Damrak, de Ruyterkade (zogeheten schoolzone vastgesteld door de gemeente Amsterdam), zoals aangegeven op onderstaande kaart.
Indien bij de toepassing van de voorrangscategorieën het aantal verzoeken tot inschrijving het aantal vrije leerlingplaatsen te boven gaat, zal de schooldirectie binnen het kantoor van het bestuur van de Stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel een loting organiseren. Het betreft een loting onder de verzoeken tot inschrijving binnen de voorrangscategorieen. Ten behoeve van deze loting is een protocol opgesteld. Op deze manier hopen wij op een objectieve wijze te komen tot en evenwichtige plaatsing van de kinderen die een plekje op onze school willen. Voor een integrale weergave van het toelatingsbeleid en het lotingprotocol verwijzen wij naar de website van het schoolbestuur; www.openbaaronderwijsaandeamstel.nl

link naar google-map: http://goo.gl/maps/0esj
De kleutergroepen starten in het begin van het schooljaar met gemiddeld twintig kinderen; aan het einde van het schooljaar is het een volledige groep van ongeveer dertig kinderen. De aanname van nieuwe kleuters voor dat schooljaar stopt dan.
Voordat uw kind vier jaar is, mag hij/zij komen wennen. U krijgt daarvoor een uitnodiging. De tijden waarop het kind komt, bespreekt u met de groepsleerkracht.
Als een kind van een andere basisschool komt, nemen wij in alle gevallen contact op met die school. Wij vragen dan een onderwijskundig rapport op. Soms wordt een toets afgenomen om vast te stellen op welk niveau het kind zit. De ouders worden hierover geïnformeerd. Vervolgens wordt het kind in een groep geplaatst.
Ouderverklaring
Hier ziet u een voorbeeld van de ouderverklaring die u bij inschrijving verplicht moet invullen. PDF
Beoordeling, toelating & weigering
Wij beoordelen iedere aanmelding apart. In een aanmeldingsgesprek laten we ons zoveel mogelijk door de ouders informeren over de mogelijkheden en vooral ook de onderwijsvraag van het kind. Ook winnen we informatie in bij de school waarvan het kind afkomstig is. Bij de beoordeling van de aanmelding wegen we zowel de belangen van het kind als die van de ouders en de school af. Vragen over de grootte van de groep waar het kind in komt, het aantal zorgleerlingen in de groep, de mogelijkheden van extra ondersteuning en de individuele begeleiding, de omvang en aard van de ambulante begeleiding, de deskundigheid en inzet van leerkrachten, de aanwezigheid van een remedial teacher, afstand en vervoer en mogelijkheden voor technische aanpassingen van school en klaslokaal spelen een rol.
Wanneer wij uiteindelijk tot de conclusie komen dat wij voldoende antwoord kunnen bieden op de vragen van het kind en ouders, maken we duidelijke schriftelijke afspraken met de ouders. Die afspraken gaan onder meer over het onderwijs dat het kind gaat krijgen en over de doelen die de school voor het kind nastreeft. Dit gebeurt ook in overleg met de ambulante begeleider van een speciale school in de regio. De afspraken komen in een handelingsplan te staan dat met een vaste frequentie wordt geëvalueerd.
Aan de hand van een reeks onderwijskundige vragen wordt bekeken of de Burght het aangemelde kind die zorg kan bieden die noodzakelijk is. Kern van het gesprek is het belang (de leerbaarheid) van het kind en de mogelijkheden van de school om het ontwikkelingsproces van het kind te ondersteunen.
Bij toelating gaan wij ervan uit dat de leerling de gehele basisschool periode bij ons zal doorlopen. Wel bekijken we regelmatig of de indicatie moet worden bijgesteld.
Weigering
De school kan een inschrijving weigeren:
- als de veiligheid van al ingeschreven leerlingen wegens materiële omstandigheden in het gedrang komt. De school heeft vier kalenderdagen de tijd om de ouders te laten weten dat ze een leerling niet wenst in te schrijven of wenst door te verwijzen. Ze moet dit motiveren en per aangetekende post laten weten aan de ouders en het lokaal overlegplatform;
- naar aanleiding van gegevens van de vorige school of vanwege beschikbare toetsresultaten van externe instanties zoals de Schoolbegeleidingsdienst;
- indien men niet kan functioneren binnen het pedagogisch en didactisch klimaat van de school;
- als het niet haalbaar is (extra) begeleiding te geven;
- als de ontvangende groep te groot is/wordt. In een dergelijke situatie plaatsen wij de leerling op een wachtlijst.
Bij weigering een kind te plaatsen kunnen ouders/ verzorgers in beroep gaan. Het bestuur van de school zal dan alvorens een nieuw besluit te nemen, eerst advies moeten vragen bij de Adviescommissie (ACTB), conform de verplichting in de Lgf-wet artikel 12.
Weigeringsgronden
Er zijn verschillende weigeringsgronden:
- de groep is vol (max. 30 leerlingen voor de bovenbouw); nieuwe aanmeldingen komen op de wachtlijst;
- bouwbesluit (voor iedere leerling is 1.4 m2 beschikbaar in het lokaal);
- de school kan de benodigde specialistische zorg niet bieden;
- factoren van pedagogische en organisatorische aard, zoals een negatief effect (door toelating van deze leerling) op het onderwijs aan de reeds aanwezige leerlingen;
- deskundigheid bij het personeel ontbreekt voor dit specifieke geval;
- beschikbaarheid van voldoende personeel;
- beschikbaarheid van benodigde middelen; gevergde bouwtechnische aanpassingen
Toelating en verwijdering van leerlingen
In de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) staat omschreven wanneer leerlingen wel/niet kunnen worden toegelaten tot een school voor basisonderwijs, onder welke omstandigheden een leerling kan worden verwijderd (artikel 40) en hoe u daartegen bezwaar kunt aantekenen (artikel 63).
In de WPO staat dat openbare scholen toegankelijk zijn voor alle kinderen, zonder onderscheid naar godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, sociale klasse, ras, geslacht of op welke grond dan ook.
Toegang tot de openbare basisscholen van Stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel wordt wel beperkt door de maximale opnamecapaciteit van de scholen. De Raad van State heeft bepaald dat gemeenten (het bevoegd gezag of schoolbestuur van het openbaar onderwijs) een maximum aantal leerlingen per klas (of groep) mogen vaststellen. Als dit maximum aantal leerlingen is bereikt, kan het schoolbestuur toelating van een kind voor die bepaalde school weigeren, maar moet zij er wel op toezien dat het kind op een andere openbare school kan worden toegelaten. Het bestuur dient namelijk voldoende gelegenheid te bieden tot het volgen van openbaar onderwijs.
Een belangrijk uitgangspunt voor het bestuur is dat kinderen zoveel mogelijk een school kunnen kiezen in de buurt van hun woning. Daarom werken de openbare scholen onder meer met voorrangsgebieden.
Voor toelating en inschrijving bestaan er momenteel voor de drie gebieden waar de openbare scholen van Openbaar Onderwijs aan de Amstel gevestigd zijn, nog verschillende regelingen. De regeling voor onze school kunt u opvragen bij de administratie of inzien op de website van de Stichting.
Er komt op korte termijn een algemene toelatingsregeling voor de gehele Stichting. Zodra deze beschikbaar is, worden belanghebbenden op de hoogte gebracht.
Toelating leerlingen met speciale onderwijsbehoeften
Vanaf 2003 bestaat de mogelijkheid voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften om op een reguliere basisschool onderwijs te volgen. Met ingang van 2003-2004 is het beleid van de leerlinggebonden financiering van kracht geworden (zie art.12 en 13 WPO en art.24 en 24a WVO).
In de praktijk betekent het dat ouders hun kind kunnen melden bij het regulier onderwijs als:
- zij een positieve beschikking hebben ontvangen van een Commissie voor de Indicatiestelling (ook wel een leerling met een Rugzak genoemd, zie volgende pagina voor uitleg),
- zij een positieve beschikking hebben ontvangen van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) van het samenwerkingverband WSNS;
- het een leerling betreft die wordt teruggeplaatst van een s.b.o.-school;
- de leerling voldoet aan de toelatingsvoorwaarden. Daarmee bedoelt het decreet o.a. de instapleeftijd voor het basisonderwijs;
- de ouder instemt met het pedagogisch didactische principe en de grondslag van de school respecteert.
In principe worden leerlingen met een speciale onderwijsbehoeften toegelaten, tenzij de complexiteit van de handicap niet hanteerbaar is voor onze school. Voor ons ligt de toelatingsgrens daar waar de ontwikkeling van het kind zelf in het geding is en waar leer- en gedragsproblemen kunnen leiden tot een zodanige verstoring van de onderwijsleerprocessen, dat handhaving redelijkerwijs niet van een schoolteam mag worden verwacht.
Leerlinggebonden Financiering (Rugzakje)
Kinderen met een geïndiceerde handicap of stoornis of op grond van het landelijke integratiebeleid, hebben toegang tot de reguliere basisschool. De rugzak, officieel heet het leerlinggebonden financiering (LGF), is bedoeld om ouders van kinderen met een handicap of stoornis meer keuzevrijheid te geven tussen speciaal en regulier onderwijs, bijvoorbeeld een basisschool naar keuze: dus ook onze school.
Inhoud van het Rugzakje
In de rugzak zitten middelen om het kind extra ondersteuning bij het leerproces te geven. Om voor een rugzak in aanmerking te komen, moeten de ouders het kind aanmelden bij een commissie voor indicatiestelling (CVI) in samenspraak met school. Op grond van landelijk vastgestelde normen bepaalt het CVI of het kind in aanmerking komt voor indicering. De ouders zijn formeel verantwoordelijk voor het aanleveren van de gegevens die nodig zijn voor indicatie.
Als de CVI een positief besluit heeft genomen, kan een kind bij een basisschool worden aangemeld. De Burght gaat dan in gesprek met de ouders. Daarbij verkennen wij samen de hulpvraag, de verwachtingen en de mogelijkheden. Kunnen wij de gevraagde hulp en ondersteuning bieden, dan wordt er een handelingsplan, gemaakt met ondersteuning van het speciaal onderwijs. Zijn er geen mogelijkheden dan plaatsen wij het kind niet. Ook wanneer een kind onze school al bezoekt, kan het (als het voldoet aan de criteria) van deze regeling gebruikmaken.

